Onze tuin wordt door veel vogels bezocht. Hieronder zien jullie een overzicht van vogels die we in eigen tuin hebben gefotografeerd. Geregeld zien we Bas (de kat) zenuwachtig door de tuin sluipen. Gelukkig zien de vogels hem meestal bijtijds aankomen. Soms gaat het echter mis. Zijn laatste vangst is een vrouwtjes merel.


 

Twee eenden komen maar naar ons toe, als wij hun niet komen voeren.

Bij de wilde eend is het mannetje in tegenstelling tot het vrouwtje erg opvallend gekleurd. De kop van het mannetje is glanzend groen, terwijl de rest van het verenkleed grotendeels grijs is. Ook zijn de middelste staartpennen duidelijk omhoog gekruld. Het verenkleed van het vrouwtje is onopvallend bruin en bezet met donkere vlekken. Aan het eind van de zomer verliest het mannetje echter het fraaie prachtkleed en lijkt dan op een donker gekleurd vrouwtje. Dit eclipskleed houdt het mannetje niet lang, in het najaar komt het prachtkleed al weer terug.

Net als de meeste andere eenden heeft de wilde eend een brede snavel die over het wateroppervlak heen en weer bewogen wordt, waardoor het voedsel zoals zaden en plantendelen uit het water gefilterd worden. De wilde eend komt vooral voor in de buurt van stilstaand of langzaam stromend water en bouwt het nest in de dichte begroeiing langs de waterkant.

De meeste in Nederland broedende wilde eenden overwinteren ook in Nederland, maar exemplaren die broeden in het noorden van Europa trekken 's winters meestal naar het zuiden. De wilde eend is de stamvorm van de tamme eenden die in Nederland veel voorkomen in stadsvijvers en parken.

 

Een aantal staartmezen bezoeken vluchtig onze tuin.

Door de zeer lange staart is de staartmees een onmiskenbare vogel. De staartmees is de enige Nederlandse vogel met een staart langer dan de rest van het lichaam. De kop is wit, met brede, zwarte wenkbrauwstrepen. Bij staartmezen uit het noorden en het oosten van Europa ontbreken de wenkbrauwstrepen, zodat de kop geheel wit is. Deze vogels worden gerekend tot een aparte ondersoort en zijn vooral in de winter ook in Nederland te zien.

In tegenstelling tot de meeste andere mezen, bouwt de staartmees een eigen nest. Van materialen als veren, spinrag en mos bouwt de vogel laag in de struiken een langwerpig nest, waarin ongeveer tien eieren gelegd worden. Vanwege de lange staart is het vrouwtje genoodzaakt met een gekromde staart te broeden.

In de winter zwerft de staartmees meestal in kleine groepjes rond. Doordat het belangrijkste voedsel van de staartmees uit insecten bestaat, kan een strenge, voedselarme winter veel slachtoffers maken.


 

De merel struint de tuin af naar wormen.

Bij de merel is het vooral het mannetje dat opvalt door het zwarte verenkleed en de oranje-gele snavel. Bij nadere bestudering valt ook de oranje-gele cirkel rondom het oog op. Het vrouwtje is weliswaar net zo gebouwd als het mannetje, maar heeft een minder opvallend, bruin verenkleed. Jonge vogels lijken op een volwassen vrouwtje, maar hebben nog lichtgekleurde veertoppen. De merel wordt ondanks het zwarte of bruine verenkleed door veel mensen herkend. Dit is waarschijnlijk te verklaren doordat de vogel erg talrijk is en met de zang veelvuldig de aandacht trekt.

Het voedsel van de merel bestaat onder andere uit insecten, vruchten, wormen en slakken. Door de grote diversiteit in het voedsel dat gegeten wordt, maar ook doordat de vogel drie of vier nesten per jaar grootbrengt is de merel tegenwoordig de meest voorkomende vogel van Nederland. De merel heeft zich uitstekend aangepast aan de mens; enkele eeuwen geleden was de merel nog een schuwe vogel die alleen in het bos voorkwam.
 

De koolmeesjes hebben net als vorig jaar jongen in het vogelhuisje. De ouders koolmeesjes vliegen af en aan met kleine groene rupsjes.

De koolmees is één van de meest voorkomende en meest opvallende vogels die in Nederland voorkomen. De vogel is dan ook één van de bekendste Nederlandse vogels, mede omdat de vogel niet schuw is en in de winter regelmatig op voedertafels aan te treffen is. Het mannetje is van het vrouwtje te onderscheiden doordat de zwarte streep op de buik veel breder is. De zang van de koolmees is erg variabel, maar vaak is een herkenbaar titituu of tituu te horen.

De koolmees is een holenbroeder en broedt onder andere in boomholten en nestkasten. Vanwege de korte levensduur van de koolmees worden er per broedsel veel eieren gelegd. Hoewel in sommige jaren met meerdere broedsels begonnen wordt, brengt de koolmees ieder jaar slechts één nest jongen groot. Koolmezen laten soms een nest met eieren of zelfs jonge vogels in de steek, om onder betere omstandigheden op een andere plek opnieuw te beginnen.
 

Een variant op de koolmees. Dit is de pimpelmees, of toch niet?

De pimpelmees is door de bonte kleuren een gemakkelijk te herkennen vogel, die enigszins lijkt op de koolmees. De pimpelmees is echter duidelijk kleiner en heeft een blauwe in plaats van een zwarte kruin. De vogel is ook goed te herkennen aan de witte wangen met de zwarte oogstreep. Doordat de pimpelmees erg klein en licht is, kan de vogel probleemloos ondersteboven aan een dunne tak hangen.

 

De Turkse Tortels maken dankbaar gebruik van de voederplaats. Hoewel het geen winter is, leg ik er maar wat zaad in, want anders eten ze het net gezaaide graszaad op.

De Turkse tortel is door het lichtbruine verenkleed met de zwarte streep in de nek een goed herkenbare vogel. In de vlucht is de vogel te herkennen aan de relatief lange staart met de brede zwarte eindband. Bovendien is in de vlucht het geruis van de vleugelslagen te horen. In de baltsvlucht worden enkele snelle vleugelslagen gevolgd door een korte glijpauze.

De Turkse tortel maakt een slordig nest van kleine takjes in een boom. De vogel komt oorspronkelijk uit India en broedt pas sinds 1947 in Nederland. Sindsdien heeft de vogel zich sterk uitgebreid, zodat momenteel in Nederland ieder jaar tussen de 50.000 en 100.000 paren in Nederland broeden.
 

De Vlaamse Gaai, daar zijn we het trotst op. We vinden het een bijzonder mooie vogel.

Door het blauw-zwarte gedeelte in het verenkleed is de gaai een goed te herkennen soort. Door de witte stuit en de golvende vlucht is een vliegende gaai te verwarren met een ekster. De gaai heeft een luide, hese roep, maar is ook in staat om het geluid van andere vogels zoals de buizerd te imiteren.

De vogel voedt zich onder andere met vruchten en noten en legt hiervan ook een wintervoorraad aan. De gaai vindt echter maar een gedeelte van de wintervoorraad terug, en speelt op deze manier een belangrijke rol in de uitbreiding van bossen. In de winter leeft de gaai vaak in kleine groepen, waarbij de vogels vaak één voor één naar een andere boom vliegen.

 

Een vink met gele veren. Ik (Marcel) heb deze nog nooit eerder in het wild gezien. Dus of ik ben een achterlijke stadbewoner, of wij hebben een bijzonder vogelvriendelijke tuin. Na wat navorsen, ben ik er achter gekomen dat het een groenling is.

De bouw van de groenling is nagenoeg gelijk aan die van de vink, maar door het groene verenkleed van met name met het mannetje is de groenling onmiskenbaar. In de winter bevinden zich nog bruine randjes aan de veren, zodat het groene verenkleed 's winters minder opvallend is. Gedurende de winter slijten de randjes van de veren, zodat in het voorjaar het zomerkleed weer zichtbaar wordt. De groenling is behalve aan de kleur ook goed te herkennen aan de typerende zang, die regelmatig in een zangvlucht voorgedragen wordt. Door de groengele vleugelranden en de gele staartzijden is de vogel ook in de vlucht goed te herkennen.

In de winter trekt een deel van de populatie weg, maar tegelijk overwinteren vogels uit het noorden in Nederland, zodat het aantal vogels min of meer constant blijft.
 

Nog zo'n bijzondere vink. Lijkt mij toch redelijk bijzonder zo'n vogel. Of moet je tegenwoordig verbaasder zijn als je een mus in je tuin aantreft? Overigens heb ik zojuist ontdekt dat heet geen bijzondere vink is maar dat hij gewoon Vink heet.

Door de opvallende kleuren is het mannetje van de vink makkelijk te herkennen. Met name de blauwgrijze kop met de roodbruine wangen maakt de vogel onmiskenbaar. In de winter is de kop minder duidelijk getekend doordat de grijze veren dan een bruin randje hebben. In de loop van de winter en in het voorjaar slijten de bruine randjes van de veren zodat het onderliggende blauwgrijs weer goed zichtbaar wordt. Het vrouwtje is minder opvallend gekleurd dan het mannetje, maar de twee witte vleugelstrepen op beide vleugels zijn ook bij het vrouwtje aanwezig.

De zang van het mannetje is veelvuldig te horen en makkelijk te herkennen. De zang is gedeeltelijk aangeboren, maar jonge mannetjes nemen ook de zang van andere mannetjes over. Hierdoor verschilt de zang per gebied en is aan de zang de herkomst van de vogel te bepalen. In het voorjaar kan het mannetje zijn zang dagelijks wel enkele duizenden keren herhalen.

De vink heeft een grote, krachtige snavel die typerend is voor zaadeters. Vinken eten in de zomer echter veel insecten en ook de jongen krijgen eerst alleen insecten te eten. In de winter trekken de Nederlandse vinken naar het zuiden, terwijl vogels uit het noorden in Nederland overwinteren. De vogel is 's winters vaak in kleine groepen te zien en eet dan bijna alleen maar zaden.

De ene spreeuw voedt de andere spreeuw.

In het najaar is het verenkleed bedekt met talrijke witte stippen. In de loop van de winter slijten de veren echter, waardoor het verenkleed in de zomer geheel zwart is en een groene of paarse glans heeft. De spreeuw kan verward worden met de merel, maar naast het verschil in verenkleed is de spreeuw ook te onderscheiden door de kortere staart en de spitse, driehoekige vleugels. Ook is de vlucht veel sneller en met glijpauzes. De spreeuw zingt met gespreide vleugels een serie hoge, langgerekte tonen, afgewisseld met korte klikkende of knarsende geluiden.

De spreeuw is een luidruchtige vogel en broedt meestal alleen, maar soms ook in kolonies in boomholten of gaten in de grond. De vogel vormt buiten de broedtijd vaak grote tot zeer grote zwermen en kan dan veel schade veroorzaken, met name aan boomgaarden met fruitbomen.


 

20 januari 2007 hebben we voor het eerst een Putter (vinksoort) in onze tuin gesignaleerd. Binnen een paar seconden waren ze ook weer weg. Dat leverde een hoop gediscussieer op. Zouden het echt putters zijn geweest? Een paar dagen later heb ik er gelukkig één voor de camera gekregen.

De putter is door de bont gekleurde kop van zowel het mannetje als het vrouwtje een onmiskenbare vogel die met geen enkele andere vogel te verwarren is. In de vlucht valt vooral de brede, gele vleugelstreep over de verder zwarte vleugel op. Ook de zang van de putter is duidelijk herkenbaar en bestaat uit een snelle opeenvolging van korte, gevarieerde tonen. De putter laat de zang vooral in de vlucht te horen.

Buiten de broedtijd wordt de putter vaak in groepjes gezien in de buurt van distels. Om deze reden wordt de putter ook wel distelvink genoemd. De snavel van de putter is lang voor een vinkachtige, zodat de vogel makkelijk bij de zaden van distels en klissen kan komen, hierbij hangt de putter vaak ondersteboven.
 

Altijd een gezellig gezicht een roodborstje in de tuin. Op een of andere manier staat deze vogel bij mij qua lief op nummer één.

Dankzij de oranje borst is de roodborst met geen enkele andere Nederlandse vogel te verwarren. De vogel jaagt in het eigen territorium op insecten en duldt daarbij buiten het broedseizoen geen soortgenoten. De roodborst jaagt vaak vanaf een uitkijkpost en is daardoor vaak duidelijk waar te nemen. Jonge vogels hebben een geheel gevlekt verenkleed, zonder oranje. In het najaar van het eerste jaar krijgt de vogel zijn volwassen verenkleed. De zang van de roodborst begint met een serie hoge tonen en is het grootste gedeelte van het jaar te horen. De vogel laat daarnaast vaak snel achter elkaar een serie harde tik klanken horen.

De roodborst bouwt een diep nest op de grond, bijvoorbeeld tussen graspollen of boomwortels. In de winter trekken de vogels soms over een korte afstand naar het zuiden, maar de meeste vogels overwinteren in Nederland. De Nederlandse populatie wordt 's winters aangevuld met roodborsten uit broedgebieden verder naar het noorden en het oosten.
 

Eerst dacht ik dat het een vrouwtjes merel was, tot ik zijn lichtgeleurde buik zag. Snel zoeken in de vogelgids. Het is een zanglijster.

Het gedrag van de zanglijster doet denken aan dat van de merel, terwijl het verenkleed meer lijkt op dat van de grote lijster dan het geheel bruine of zwarte verenkleed van de merel. De grote lijster is duidelijk groter en heeft ronde in plaats van pijlvormige vlekken op de onderzijde. Een vliegende zanglijster valt op door de lichtbruine ondervleugels, die bij de grote lijster wit van kleur zijn.

De zang van de zanglijster is ritmisch en bestaat uit korte strofen die enkele keren herhaald worden. Het voedsel bestaat onder andere uit wormen en slakken. De vogel gebruikt een steen om de slakkenhuisjes op kapot te tikken. De vogel gebruikt hiervoor meestal dezelfde steen, zodat uiteindelijk een verzameling kapotte slakkenhuisjes rondom de steen te zien zal zijn. Tijdens het zoeken naar voedsel rent de zanglijster telkens korte stukjes, om vervolgens stil te blijven staan en in opgerichte houding om zich heen te kijken.

Hoewel een groot gedeelte van de populatie in de winter naar het Middellandse-Zeegebied trekt, overwinteren met name zanglijsters uit dorpen en steden soms ook in Nederland.


 

Vogels die we wel gezien hebben maar nog niet gefotografeerd, zijn de Ekster, de mus en de kraai.

Voor meer informatie over de vogels ga naar: vogelvisie.nl

Meer informatie over een vogelvriendelijke tuin zie: Geaflecht. of Amstelglorie, vogelbescherming.